Weer:

 

 

 

 

 

 

 

 

windkracht meter

 

 

 

 

 

 

 

 

Katrina

 

Weerenverkeer.org

 

 

Actuele windkracht en luchtdrukopbouw.

 

Windkracht

 

 

 

 

 

Windsterkte kan worden uitgedrukt in Beaufort, meter per seconde, kilometer per uur en in knopen. Beaufort is de maat voor de gemiddelde windkracht over een periode van tien minuten. Windstoten worden geschat en weergegeven in kilometers per uur. Windstoten kunnen ook een andere richting hebben dan de windrichting. Windsterkte is relatief gemakkelijk te herkennen aan de natuur en omgeving.

 

Harde wind of zelfs storm ziet men vaak aan snelle barometerveranderingen.

Een lage barometerstand alleen is geen garantie voor storm. De windsterkte wordt bepaald door de "luchtdrukgradiƫnt", m.a.w. het drukverval over een bepaalde afstand. Hoe groter de gradiƫnt, hoe hoger de windsnelheid. Als u een barometer heeft en er wordt storm verwacht, let dan dus vooral op de snelheid waarmee de druk verandert.

De hoogste windsnelheden worden doorgaans op zee en in het kustgebied bereikt. Dit komt door de lagere "ruwheid" van het oppervlak. Obstakels als begroeiing en bebouwing verhogen de ruwheid waardoor de luchtbeweging wordt gedempt.

 

De kans op storm is aanzienlijk als de straalstroom in de buurt van ons land ligt. Langs deze straalstroom ontstaan regelmatig actieve depressies die vervolgens vlak langs ons land trekken en meerdere malen achtereen storm kunnen veroorzaken. Het stormveld in onze omgeving is vaak opvallend klein ( 100-300 km breed en enkele honderden kilometers lang). Omdat het windveld zich met de depressie verplaatst kunnen wel grotere gebieden getroffen worden.

Een storm duurt meestal maar enkele uren aangezien de stormdepressie met grote snelheid langstrekt.

 

Voor Nederland zijn relatief traag trekkende stormdepressies met een langgerekt windveld uit het NW het gevaarlijkst. Tijdens die situaties heeft het windveld de grootste strijklengte over het Noordzeegebied en kan het zeewater hoog worden opgestuwd langs onze kusten.

Een berucht voorbeeld is de storm van 31-1/1-2 1953 waarbij in Zeeland en Zuid-Holland veel dijken doorbraken; de watersnoodramp.

Het is niet ongewoon dat er aan zee een storm staat (9 Beaufort) en in het binneland een windkracht 6 of 7

 

In de weersverwachting spreekt men van "zware windstoten", groter dan 75 km/h of "zeer zware windstoten", groter dan 100 km/h.

Zie ook de windrichting.